Papegaaiduikers dobberen hun hele leven op volle zee en komen alleen aan land om voor het nageslacht te zorgen. Dat doen ze pas vanaf hun vijfde levensjaar. Ergens in april komen ze plotseling massaal aan land waar ze broeden in grote kolonies. Dit doen ze op de kliffen aan de kust, hier nestelen ze zich in holen in de bodem.
Papegaaiduikers zijn bijzonder handig in het vasthouden van vele vissen tegelijk. De binnenkant van hun snavel zit vol weerhaakjes waar de vis met de tong tegenaan wordt gedrukt. Hierdoor kunnen ze er b.v vijf vasthouden en nummer zes vangen.